Gloeilampen van papier

'De DSM voorbij'

Bij nieuwsberichten rondom psychiatrische diagnoses en genen moet ik altijd denken aan het boek van Jim van Os dat ik een paar jaar geleden las: ‘de DSM voorbij’. Hierin betoogt hij dat nog steeds niet aangetoond is dat er een duidelijk biologisch substraat ten grondslag ligt aan de classificaties van de DSM. Dit betekent kortweg dat er geen afgekaderd iets in de hersenen is als ‘depressie’, ‘autisme’ en dus ook niet ‘ADHD'. Het zijn geen vastomlijnde ziektes, zoals bijvoorbeeld een longonsteking, waarbij je op een röntgenfoto kunt zien of het er wel of niet niet is.

Hersenonderzoek

Jim van Os plaatst kanttekeningen bij de plek die hersenonderzoek inneemt in de psychiatrie. In de maatschappij lijkt het steeds gangbaarder te zijn dat iets pas echt is als het ook op hersenniveau is aangetoond en vice versa: als het in de hersenen te zien is, dan is het pas echt. Franke geeft aan dat meer onderzoek naar een genetische oorzaak en biologische mechanismen voor ADHD belangrijk is omdat ‘er nog steeds mensen zijn die ADHD niet als een echte aandoening beschouwen’. Dat er mensen zijn met ernstige aandachtsproblemen, die verschrikkelijk veel moeite hebben om taken te overzien, niet kunnen plannen en daardoor in de huidige maatschappij vastlopen, is duidelijk. Ook blijkt uit onderzoek dat mensen met dergelijke klachten een grotere kans hebben op andere klachten. Van zoveel problemen kun je angstig of somber worden, werkloos raken, relatieproblemen krijgen etc.

Beeldvorming van ADHD

Hoe ADHD in het nieuws komt, is bepalend voor de beeldvorming. Als ADHD een ziekte is in de hersenen, dan zit het dus ‘in’ iemand en is het niet het gevolg van verschillende omgevingsfactoren. Dan kun je daar misschien wat aan doen, bijvoorbeeld door medicijnen te slikken. Uit divers onderzoek blijkt echter dat of iemand de classificatie ADHD krijgt, ook samenhangt met bijvoorbeeld armoede en met het gezinsklimaat. Is ADHD wel iets dat in mensen zit of is het een combinatie van vooral omgevingsfactoren? In onze praktijk komen bijvoorbeeld opvallend veel kinderen (meestal jongetjes) terecht uit klassen waarvan een of twee jaar later de leerkracht overspannen thuis zit. Zitten al die ADHD'ers heel toevallig samen in die klas? Of ontstaat het gedrag in bepaalde klassen sneller? Over dit onderwerp blogt Laura Batstra, Universitair Hoofddocent aan de RUG, al jaren. Haar standpunt is, kort door de bocht, dat je ADHD voorkomt door de diagnose niet te stellen. Dan komt er weer meer aandacht voor sociaal-maatschappelijke factoren zoals klassenmanagement, slechte behuizing en werkloosheid.

Is ADHD een hersenziekte?

Batstra en Meerman (onderzoeker bij Hanze Hogeschool Groningen) geven in dit artikel kritiek op de weergave van het uitkomsten van het onderzoek door Franke en het idee dat ADHD een hersenziekte is. Zo noemen ze dat uit het onderzoek van Franke blijkt dat de invloed van genvariaties op ADHD slechts een paar procent is. Stel dat uit onderzoek zou blijken dat het risico op een ADHD-classificatie voor 3% lijkt te worden bepaald door het feit of de school waar het kind op zit in de twee jaar daarvoor is gefuseerd? Zou dat in de krant komen? Waar iedereen bij het idee van de invloed van schoolfusies kan bedenken dat er nog veel meer factoren in het spel zullen zijn, lukt dat veel mensen als ze iets lezen over genetica niet meer zo goed. Ze zeggen dat door het nieuws van ADHD als erfelijke hersenziekte als zo opzienbarend te presenteren, dit stigmatiserend kan werken. Het maakt ook dat oplossingen in de omgeving zelf, minder snel gezien worden.  

Hoe gaan we hier mee om als hulpverleners?

Waar laat dat ons hulperleners nu? Ik zou behoefte hebben aan longitudinaal kwalitatief onderzoek naar welke hulpverlening werkt en hoe dit zich verhoudt tot variabelen als de hulpverleningsvorm, de mate van ouderparticipatie, de lesmethode van de leerkracht, de motivatie van het kind en dergelijke. Omdat dit heel veel tijd kost en het door alle variabelen heel lastig is om hier algemeen geldende principes uit te destilleren houd ik me tot die tijd vast aan het adagium uit de oplossingsgerichte therapie:

  1. If it ain't broke, don't fix it.
  2. Once you know what works, do more of it.
  3. If it's not working, do something different.

Meer informatie

Wil je meer lezen over de visie van Batstra en Meerman? Kijk op www.drukendwars.nl. Ook leuk: de vlog van Nanda Rommelse en Sanne te Meerman op YouTube. Lees hier het nieuwsbericht over dit onderzoek op de website van de Radboud Universiteit.

name authore here

Annemarie Wilschut

Ik ben opgeleid als NVO orthopedagoog-generalist en ik heb met mijn collega Geerte Vijverberg Praktijk Mees opgezet, een kleinschalige Basis-GGZ praktijk in Leiderdorp. Wij bieden hulp aan kinderen en jongeren en hun oud...

    6 artikelen

    Reacties (0)

    name authore here
    `

    E-mailadressen worden niet gebruikt voor commerciële doeleinden. Bekijk onze privacyverklaring voor meer informatie over het gebruik van jouw gegevens.

    Cookies: Deze website maakt gebruik van cookies: Accepteren Weigeren