Jongen luistert naar iemand

Gevoelens en gedachten

Mirelle: ‘In een groep waar gepest wordt, speelt elk kind zijn eigen rol. Naast de pester en het pestslachtoffer heb je ook de meelopers/aanmoedigers, de helpers/verdedigers en de buitenstaanders, die het pesten zien, afkeuren en er vervolgens letterlijk afstand van nemen en dus niets doen (zie deel 1 van interview). Welke rol een kind kiest in de groep, hangt af van allerlei factoren, waaronder ook de gedachten en gevoelens die een kind heeft in bepaalde sociale situaties. Wat we zien, is dat er voor elke rol ‘typische’ gevoelens en gedachten zijn, die bij veel kinderen terugkomen. Dit patroon van gedachten en gevoelens dat schuilgaat onder bepaald gedrag, zorgt ervoor dat een goedbedoeld advies als ‘je moet beter voor jezelf opkomen’ meestal weinig zoden aan de dijk zet.’

Angst om te huilen

‘Een kind dat gepest wordt, kan bijvoorbeeld vaak denken ‘Ik zeg maar niets, want anders moet ik straks weer huilen.’ Deze angst en de gedachte dat dit zou kunnen gaan gebeuren als het iets zou zeggen, hebben veel invloed op het gedrag van dit kind. Het maakt dat hij of zij ‘zwak’ reageert en het ook lastig vindt om zijn of haar grenzen aan te geven. Wat we zo’n kind leren is om die gedachte te veranderen naar een positieve/helpende gedachte om zo dat onderliggende gevoel aan te pakken. Het wordt dan makkelijker om wel voor jezelf te zorgen en je grenzen aan te geven. Vaak zijn kinderen met negatieve gedachten zo bezig met wat ze niet willen dat gebeurt, dat er bij wijze van spreken nog maar iemand hoeft te wijzen, of de tranen komen al.'

Schuldvraag

‘Aan meeloopgedrag liggen vaak gedachten over de ‘schuldvraag’ ten grondslag. Een kind dat meeloopt, heeft vaak gedachten over het kind dat gepest wordt, die het pestgedrag zouden rechtvaardigen. Zoals: hij/zij vraagt er zelf om, moet hij/zij maar niet zo piepen. Over hun eigen gedrag denken ze minder na. Meelopers zijn vaak heel gevoelig voor groepsdruk of bang om zelf in de hiërarchie te dalen en dan slachtoffer te worden. Voor deze groep is het belangrijk om ze te leren nadenken over hun eigen rol en gedrag om uiteindelijk tot een alternatieve gedachte te komen als ‘ik wil wel vrienden zijn met … (de pester), maar ik doe niet meer mee met het pesten.’

Meelopers zijn vaak heel gevoelig voor groepsdruk of bang om zelf in de hiërarchie te dalen en dan slachtoffer te worden

Mirelle Valentijn

De buitenstaanders

‘Bij pestproblematiek is de groep ‘buitenstaanders’ vaak het grootst. Misschien ben je als ouder blij als je kind tot deze groep behoort. Het is namelijk geen pester, het wordt niet gepest en het pest niet mee. Toch is het ook voor deze groep kinderen belangrijk om na te denken over de rol die ze innemen in de groep. Want door je ogen te sluiten voor een pestprobleem in de klas, leer je zelf niets. Je wordt er niet weerbaarder van en je houdt bovendien het probleem in stand. En vaak hebben ook de buitenstaanders last van de onveilige sfeer die heerst in een groep waar gepest wordt. Bij kinderen die deze rol ‘kiezen’ komen, als je doorvraagt, namelijk toch best vaak gedachten voor als: ‘Ik blijf uit de buurt, straks word ik zelf ook gepest.’ Met gedachtekracht proberen we deze kinderen te leren om beter voor zichzelf en anderen op te komen. Om vervolgens bijvoorbeeld samen met een ander kind dat het pesten ook gezien heeft en het ook niet oké vond, in actie te komen. Dat maakt je minder kwetsbaar en je kunt toch voor een ander opkomen. Zo gezien zijn ‘buitenstaanders’ dus ‘potentiële helpers’!’

Hardwerkende helpers

'Voor de ‘helpers’ is het heel prettig als ze steun krijgen van andere kinderen. Kinderen die de rol van helper/verdediger op zich nemen, zijn vaak sociale en weerbare kinderen. Die ook erg gevoelig zijn en veel op hun schouders nemen. Het is dan ook vaak hard werken in deze rol. Wanneer een pestprobleem te lang aanhoudt, zie je wel eens gebeuren dat zij het opgeven. Dan zie je juist dat  gedachten die eerst positief waren (‘Ik kom voor een ander op’ of ‘Ik stop pesten’), plaats gaan maken voor niet-helpende gedachten als ‘Ik heb al zo vaak geholpen, het heeft geen zin, ik geef het op’ of ‘Er is niemand die mij wil helpen om de situatie voor … te verbeteren’. Daarom moeten ‘helpers’ zich gesteund voelen door andere kinderen. En dat ze leren om die verantwoordelijkheid te delen. Want helpers hebben nogal vaak een gedachte als ‘Ik zorg ervoor dat het voor iedereen gezellig is in de klas’.’

Het verschil

‘Veel ouders weten niet dat de aanwezigheid van de steun die een pestslachtoffer ervaart vanuit ‘de helpers’ een enorm verschil kan maken. Het loont echt de moeite om als het kind een buitenstaander is, samen te onderzoeken welke gedachten zouden kunnen helpen om een helper te worden.’ Hoe je dit kunt aanpakken, lees je in deel 1 van het interview met Mirelle Valentijn dat gaat over praten met je kind over zijn/haar rol in de groep.

De juiste vragen

Ouders blijken het lastig te vinden om hun kind de juiste vragen te stellen, zodat het zelf op helpende gedachten komt. In onze moderne tijd is iedereen vaak (te) druk.  Een goed gesprek schiet er nogal eens bij in en een ‘snel advies’ is makkelijker gegeven. De stap voor het kind is dan te groot. Leg bijvoorbeeld uit dat als hij/zij gedachten heeft als ‘Ik kan dat niet’ dat het meer baat heeft bij de gedachte ‘Ik kan het wel’. Het is heel erg belangrijk om goed aan te sluiten bij de belevingswereld van het kind, omdat je niets doet met wat een ander tegen je zegt, waar je zelf niet in gelooft. Een helpende gedachte als ‘Ik ga het eens proberen’, geeft ook direct meer ruimte dan ‘Ik kan het niet’ en zal voor het kind een stuk begrijpelijker klinken.’

Het Denk je Sterk Spel

Aan de slag met het omvormen van gedachten? Mirelle ontwikkelde samen met Stichting Omgaan met Pesten het Denk-je-Sterk spel. Het spel bestaat uit 60 kaarten. Alle kaarten zijn voorzien van een afbeelding waarop je kunt associëren en een helpende gedachte waarover je spelenderwijs in gesprek kunt gaan.  Tijdens het spel leren kinderen de eigen niet-helpende gedachten herkennen en omzetten in helpende gedachten. Wanneer zij het spel vaker spelen, zullen zij positiever gaan denken en gemakkelijker voor zichzelf en een ander opkomen. Hierdoor zullen zij als individu en als groep beter gaan functioneren.

Gerelateerde blogs

Week tegen Pesten

Reacties (0)

name authore here
`

E-mailadressen worden niet gebruikt voor commerciële doeleinden. Bekijk onze privacyverklaring voor meer informatie over het gebruik van jouw gegevens.