De onoplosbare puzzelstukjes van het passend onderwijs

De enquête

De Algemene onderwijsbond heeft niet zomaar een enquête gemaakt. De uitkomsten van de enquête zullen namelijk de gesprekspunten zijn tijdens de eindevaluatie van de wet. Op basis van die eindevaluatie maakt Den Haag de balans op: is passend onderwijs in de afgelopen jaren voldoende succesvol gebleken of moeten er (grondige) wijzigingen worden aangebracht in de ondersteuning van zorgleerlingen? Kortom, dat wat onderwijsprofessionals aangeven in de enquête beïnvloedt de manier waarop passend onderwijs in de toekomst vorm zal krijgen. 

Leerlingen

Ondanks het feit dat ongeveer één op de vijf leerlingen extra ondersteuning krijgt, zijn er volgens docenten nog ruim drie leerlingen per klas die diezelfde hulp nodig hebben. Circa 65 procent van de enquêterespondenten geeft bovendien aan dat zij leerlingen lesgeven die op het speciaal onderwijs beter tot hun recht zouden komen. Een groot deel van de docenten, onderwijsondersteuners en leerlingzorgmedewerkers (maar liefst 80%) zegt daarnaast dat de zorgvraag van leerlingen de afgelopen jaren complexer en daardoor zwaarder is geworden.

Docenten

Voldoende expertise bezitten 31,4%, 38,8%, 50% en 55,9% van de docenten als het gaat om leerlingen met achtereenvolgens een verstandelijke of lichamelijke beperking, gedragsproblemen en leerproblemen. Die expertise verkrijgen docenten voornamelijk door ervaring, want scholing heeft 92,3% van de docenten onvoldoende voorbereid op de passend onderwijspraktijk. Vrijwel alle docenten zagen hun werkdruk verhogen door de invoering van het passend onderwijs. Directe oorzaken voor de werkdruk zijn het aantal zorgleerlingen, de zwaarte van de zorgvraag, de administratieve lasten en de hoeveelheid overleggen.

Onderwijsondersteuners en leerlingzorgmedewerkers

Zo’n 73% van de onderwijsondersteuners zegt in de enquête dat er te weinig tijd is om individuele leerlingen of een klein groepje leerlingen apart te begeleiden. Voor 80% van de leerlingzorgmedewerkers geldt ook dat zij krap zitten in hun tijd, maar dan als het gaat om álle taken die bij hun functie horen. Wat bovendien opvalt is dat 30% procent van de onderwijsondersteuners en 17% van de leerlingzorgmedewerkers regelmatig ingezet worden als leraar omdat er anders geen docent voor de klas staat.

Verbeterpunten

Na het destilleren van de knelpunten geeft het onderzoek onderwijsprofessionals ook de ruimte om te benoemen wat volgens hen verbeterpunten zijn als het gaat om passend onderwijs. In de top drie eindigen:

  1. Minder grote klassen;
  2. Meer handen in de klas en;
  3. Het vaststellen van een maximaal aantal zorgleerlingen per klas.

Onderwijsprofessionals uit het primair onderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs hebben daarbij een kleine voorkeur voor ‘meer handen in de klas’ ten opzichte van ‘minder grote klassen’. In het voortgezet onderwijs, echter, staat ‘minder grote klassen’ met stip op nummer één. Overigens verlangen onderwijsprofessionals ook naar meer passende onderwijsarrangementen, meer aandacht voor passend onderwijs tijdens de opleiding en meer gerichte professionalisering.   

Weet jij hoe je de knelpunten op kunt lossen?

Aan het eind van deze blog is mijn vraag aan jou: herken je de opgesomde knelpunten, als onderwijs-en/of jeugdhulpprofessional? Maar belangrijker nog: heb jij adviezen voor de professionals die niet weten hoe ze een steeds terugkerend knelpunt moeten verhelpen? Laat het mij (en andere professionals) weten in de reacties. Want sámen kunnen we de zorg voor kinderen verbeteren!

name authore here

Nelleke Bogaard

RMA-student Nederlandse literatuur en cultuur met een onderwijsbevoegdheid voor het schoolvak Nederlands. Schrijft voor bijMEES over ontwikkelingen in jeugdzorg-en onderwijsland.

12 artikelen

Gerelateerde blogs

Reacties (0)

name authore here
`

E-mailadressen worden niet gebruikt voor commerciële doeleinden. Bekijk onze privacyverklaring voor meer informatie over het gebruik van jouw gegevens.